Geschiedenis
Vijfduizend jaar geleden vestigden de eerste landbouwers zich op het zandgedeelte van de gemeente. In en na de vroege middeleeuwen ontstonden de esdorpen op de Hondsrug. De ontginning van het hoogveenmoeras begon in 1800.
Zand en veen
In de Nieuwe Steentijd - ruim vijfduizend jaar geleden - vestigden de eerste landbouwers zich op het hoger gelegen westelijk zandgedeelte van de gemeente. Ze behoorden tot de trechterbekercultuur en lieten talloze sporen na. Zo begroeven ze hun doden in hunebedden samen met gebruiksvoorwerpen als aardewerken trechterbekers en werktuigen. De esdorpen op de Hondsrug ontstonden in en na de vroege middeleeuwen. Deze dorpen hadden één of meer gemeenschappelijke essen. De agrarische gemeenschappen verbouwden hun voedsel op de essen en hielden hun schapen op de heidevelden.
Van veen tot turf
Het oostelijk deel van de gemeente was oorspronkelijk een uitgestrekt hoogveenmoeras. De ontginning van het hoogveen begon vanaf 1800. Kanalen werden gegraven, het hoogveen werd afgegraven en verwerkt tot turf. Wat overbleef waren de dalgronden, later omgevormd tot vruchtbare landbouwgrond. Hier liggen de veenkoloniale dorpen. De ontginning van wat er toen nog over was aan woeste grond, gebeurde nog later. Daar liggen nu de meestal kleine ontginningsdorpen.
