Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor allerlei vormen van ondersteuning die mensen nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen en werken. Dit is ook het doel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zodat iedereen kan meedoen in de maatschappij.
Zelfredzaamheid
Het uitgangspunt van de Wmo is dat mensen zo veel mogelijk zichzelf kunnen redden en deel blijven nemen aan de samenleving. In de Wmo staan vier punten waarbij de gemeente inwoners moet ondersteunen wanneer zij hier niet zelf in kunnen voorzien.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met name het punt ‘het voeren van een huishouding’ verder uitgesplitst waardoor de volgende acht uitgangspunten zijn ontstaan:
- het leven in een schoon en leefbaar huis;
- het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
- het beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding;
- het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren;
- het wonen in een geschikt huis;
- het zich verplaatsen in en om en nabij de woning;
- het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;
- het hebben van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.
Als iemand hulp nodig heeft wordt er eerst gekeken naar de kracht van de burger zelf, wat kan hij allemaal wel? Daarna wordt er gekeken naar ondersteuning vanuit de omgeving, misschien is er iemand die taken over kan nemen. Als er in het netwerk van de burger geen oplossing wordt gevonden, wordt er gekeken welke rol de gemeente kan spelen. Eerst wordt er gezocht naar een collectieve voorziening. Als een collectieve voorziening geen oplossing biedt, wordt er gekeken naar een de mogelijkheden voor een individuele voorziening.
Voorzieningen
De Wmo kent verschillende voorzieningen:
- hulp bij het huishouden;
- woonvoorzieningen;
- vervoersvoorzieningen;
- rolstoelen.
Keuzevrijheid
Voor de gebruiker van een Wmo-voorziening staat keuzevrijheid binnen deze wet voorop. Dit betekent dat er meerdere vormen zijn, waarin een voorziening kan worden verstrekt. Dit kan op twee manieren: als voorziening in natura, waarbij de voorziening of de hulp bij het huishouden voor u door de gemeente geregeld wordt, of in de vorm van een financiële tegemoetkoming. U kunt ook een voorziening ontvangen via een persoonsgebonden budget. In het laatste geval krijgt een geldbedrag uitgekeerd, waarvoor u zelf een voorziening kunt kopen.
Eigen bijdrage
Voor hulp bij het huishouden en alle vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen wordt een eigen bijdrage gevraagd. Bij het vaststellen van de eigen bijdrage wordt rekening gehouden met de financiële situatie van de inwoner, die in elk geval nooit meer betaald dan dat de gemeente voor de voorziening betaald. Het te betalen bedrag wordt vastgesteld en geind door het CAK (Centraal Administratie Kantoor).
Loket Maatschappelijke Ondersteuning
U kunt uw Wmo-aanvragen regelen bij het Klantcontactcentrum in het gemeentehuis. Ook vindt u een aantal voorzieningen terug in de Digitale Balie.
Regelhulp
Regelhulp is een wegwijzer van de overheid naar zorg, hulp en financiële regelingen. Gebruik Regelhulp om oplossingen te vinden die passen bij uw situatie.
Inkomensgrenzen Wmo niet meer van toepassing
Sinds begin 2012 mag de gemeente geen inkomensgrenzen meer gebruiken voor toekenning van Wmo voorzieningen. In de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2010, staat nog op één plaats een inkomensgrens. Deze wordt echter niet meer toegepast.
Let op: de gemeente mag wel een inkomensafhankelijke eigen bijdrage vragen. De gemeente Borger-Odoorn kent voor de meeste voorziening een eigen bijdrage.
De gemeente is bezig met het vaststellen van nieuwe regels. Begin 2013 zal er door de gemeenteraad een nieuwe Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente worden vastgesteld. Uiteraard zijn in deze nieuwe verordening geen inkomensgrenzen meer opgenomen.
